De Jager

Productie en mix : Jo Francken
Muzikanten
Drum en drumprogrammatie : Ron Reuman
Elektrische bas en contrabas : Werner Lauscher
Gitaren : Ruben Block & Tom Van Stiphout
Toetsen : Hans Francken & Thomas de Prins
Percussie : Kobe Proesmans & Ron Reuman
Programmatie : Yannick Fonderie
Banjo en viool : Geert Waegeman
Mondharmonica : Wigbert van Lierde
Saxen, trompet en trombone : The Heavy Horns
Extra zang : Wim Punk, Sidus, Harbalorifa en Frank De Roovere

Opname : Motormusic Studio's & Galaxy Studio's
Mastering : Huub Reijndrs - Serendipitous
Fotografie : Michel Hakim
Kleding : La fille d'O
Hoes : Maandacht

Prijs: 10,00€

Niemand zoals wij

Ik liep tot ik zijn ogen zag, ik zie ze nog voor mij
Vol donkerblauw verlangen waren zij
Hij liet zich zomaar vangen aan een klein gebaar van mij
En veel te veel tesamen waren wij

De dagen gingen voorbij en altijd zei hij
Er is niemand, niemand, niemand zei hij
Er is niemand, niemand, niemand zoals wij

De dagen werden maanden en twee namen werden één
Ons onderscheid vervaagde en verdween
We leefden en we lachten en we hadden elkaar lief
De buitenwereld zag ons collectief

De jaren gingen voorbij en altijd zei hij
Er is niemand…. Niemand zoals wij

De jager

Is er iets mooier dan een heel mooi lied
Het doet je blozen, niemand die het ziet
Jongen kom binnen, jongen kom binnen

Help mij
Help me uit de nood
Help mij
Of is de jager dood

Kom hier en neem mij zonder hart of ziel
Je moet me beloven dat je jezelf graag ziet
Je moet me genezen, ook al ben ik niet ziek

Help mij
Help me uit de nood
Help mij
Of is de jager dood

Samen komen, willen maar niet mogen
Samen komen, we doen het zoals we droomden

Help mij
Help me uit de nood
Help mij
Of is de jager dood

Zonde van de tijd

Londen was nog zo ver weg
Ik had er niks verloren
Toch wist ik dat onderweg
M’n engel nog kon komen
Was dat zonde van de tijd, zonde van de tijd
En was Londen veel te grijs om van te dromen

De trein was groter dan ik dacht
Ik kon me nog verbazen
Over zoveel paardenkracht
Ik liet m’n blik afdwalen
Was dat zonde van de tijd, zonde van de tijd
En was Londen veel te grijs om van te dromen

Wat zou komen, moest nog komen
Was nog een geheim voor mij
Misschien wel zonde van de tijd, zonde van de tijd
En was Londen veel te grijs om van te dromen

Misschien ben ik een losbol maar

Fantastig toch

Dag en nacht
En wij daartussen
Jouw kussen zacht
Op mijn natte-dromen-wang
Bang van komen en jouw gaan

Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij
Is fantastig toch

Glimlach lag
In veel te grote tas
Klein te zijn
Fijn tussen vingers
Groot geheim

Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij
Is fantastig toch

Laten we samen
Dingen doen zingen
Van liedjes die niet bestaan
Laten we samen
Dingen doen zingen
Laten we samen niet bestaan

Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij
Is fantastig toch

Laat me je lied zijn

Teksten over allerlei en over iedereen
Maar nooit es over mij
Ik droom maar al te vaak luidop
Wij hals-over-kop
En hoe jij dat beschrijft

Heb je geen ideeën meer of krijg je’t niet gezegd
Ja, ik ben je fantasie, maar dan levensecht

Laat me jouw lied zijn, geef mij een zin in jouw refrein
Ik wacht al zo lang, wordt het nu geen tijd
Laat me je lied zijn, geef me een strofe of een rijm maar ik
Zou gelukkig zijn met één enkel woord

Vrienden zeggen mij altijd
Je bent maar plagiaat
Je maakt jezelf wat wijs
Maar ik geloof in mijn gevoel
En niet in goeie raad

Emma

Dit was niet mijn plan, dat komt ervan
’t Was niet mijn idee, maar ik doe mee

We lopen over straat, ik vraag hem hoe het gaat
De tijd, hij is zijn vriend, hij lijkt nog een kind

Ik zeg

Hou vast aan de nacht
Hou vast aan de dagen
Hou vast aan je eindeloze vragen

Hij denkt dat ik niet weet, wat zijn gedachten beheerst
Hij denkt dat ik begrijp, dat dat betert met de tijd

Ik denk aan hem, in een helder moment
Denkt hij aan mij, kent hij mijn naam

En ik leef voor dat moment
Ik weet dat het zal komen
Ik zie het in mijn slapeloze dromen
Ik hou vast aan de last

Anoniem

Ik kom je tegen
Halverwege
Ik zie je lopen
Ik zie je roken
Ik zie je staan

Je liet me beven
Die eerste weken
Ik kwam je tegen
En halverwege
Liet je me staan
Je laat me staan

En ik weet hoe het moet : het moet anoniem
Je wordt liever niet met mij gezien
Altijd mooi maar wel anoniem

Onder een afdak
Van grijze wolken
Wil ik je volgen
Wil ik je storen
En bij je zijn

Mijn bus rijdt verder
Net voor ik afstap
Ik ben je asbak
Je bent een lastpak
Je krijgt me klein

En ik weet... (refrein)

En ik kijk je nog eens aan
Een liefde zonder naam
Bijna voorgoed gedaan

De jordaan

Lopend langs ramen
Hand in hand
Onder de maan
Houden ze van

Hij geeft haar zijn kussen
Geheimen van lucht
’t Is nat, maar blussend
Ze lacht en zucht

Mmm

Portaal met mannen
Hun hoofden te zwaar
Bitter het maanlicht
Dat schijnt in hun haar

Maar als hij haar aankijkt
Haar fijne gelaat
Ziet hij enkel liefde
In het midden van de straat

Mmm

Alles verandert, ze heeft alles gehad
Alles beweegt in het hart van de stad

En lopend langs ramen
Hand in hand
Onder de maan
Houden ze van

De oude stad
De oude stad

Mmm

Slenterblues

Ik voel me als een oude zwerver
Ik ben triest, eenzaam en grijs
Ik was fris als de zomer, maar de zomer is voorbij
Ik passeer langs plaatsen en zij passeren mij
Maar ik draag ze mee in m’n schoenen over straat

Het kan me niet schelen dat de zon niet schijnt
Het kan me niet schelen, er is niks van mij
Ik heb de slenterblues, ik heb de slenterblues
Maar één van de dagen ga ik dit pad verlaten
Ga ik dit dwalend pad verlaten
En dan zing ik

De kleinste vogel zingt het mooiste lied
De kleinste vogel zingt het mooiste lied
De kleinste vogel, het mooiste lied

Dat mag niet

Ze hebben elkaar na drie jaar nog altijd niet gesproken
Hij heeft haar allang gezien, maar zij heeft zich weggestoken
Alleen ’s avonds in haar bed, mag ze aan hem denken
En dan heel stil en stiekem vuile dingen met hem doen

Ze hebben elkaar na drie jaar eindelijk gesproken
Hij heeft haar zijn kaartje met zijn nummer toegeschoven
En zij, totaal gechoqueerd, heeft dat nummer geprobeerd
Hij zegt “hallo” maar zij legt neer

Want dat mag niet
Dat is verboden
Als je’n lief hebt is’t verboden
Om een ander graag te zien

Ik zie je graag, heeft ze gezegd en dan de hoorn neergelegd

Tijger

Ik ben je tijger
En jij mijn prooi
Je wil me strelen
Je vindt me mooi

Toe kom toch dichter, wees bereid
Ik verplicht je er te zijn voor mij
Zorg dat ik niet bijt
Toe kom toch dichter, wees bereid
Ik ben van jou maar jij nog meer van mij

Ik zal je zeggen
Waar ik van droom
Wij twee tesamen
In een gouden kooi

Al is het maar voor even
Het houdt me tevreden
Jij wil het zacht, maar ik heb de macht
Je houdt me niet tegen
Ik wil je zien beven
En af en toe een klauw
Dan voel ik me vrouw

Toe kom toch dichter…

Ik ben je tijger
En jij mijn prooi
Je wil me strelen

Om mee te slapen

In elke kont dezelfde veren
Aan alle wijven dure kleren
Op alle koppen hetzelfde kapsel
Uit alle lijven hetzelfde sapsel

In elk café dezelfde vaten
In elk gezicht dezelfde gaten
Op elke ziel dezelfde krassen
Uit alle boxen dezelfde bassen

Op alle borsten hetzelfde logo
In alle bladen dezelfde porno
Aan alle mannen dezelfde pensen
Godganse dagen dezelfde mensen

En elke dief hetzelfde type
Met elk lief dezelfde wippen
Voor elk gras dezelfde heuvel
En conversaties zijn gebeuzel

Als je niet wil denken dan kijk je toch tv
Of drink je te veel whiskey en neem je iemand mee